Aanleiding
Enkele jaren geleden werd de wereld opgeschrikt door een wereldwijde bijensterfte. De belangrijkste oorzaken hiervan bleken grootschalig preventief gebruik van pesticiden in de landbouw en de opkomst van de Varroa-mijt. Dit is een exotische parasiet uit Azië die, door het verplaatsen van Europese honingbijen van en naar het verspreidingsgebied van deze parasiet, kon overstappen naar de honingbij in Europa.

Beide oorzaken lijken niet van tijdelijke aard te zijn en inmiddels zijn we ook enkele jaren verder. Daarom dient de vraag zich aan hoe het nu eigenlijk met de bijen is gesteld: Is er al sprake van enig herstel van populaties door al dan niet getroffen maatregelen? En hoe ziet hun, en daarmee ook ons, toekomstperspectief eruit? Want naast het bestaansrecht dat zij hebben vanuit hun eigen intrinsieke waarde, zijn bijen ook voor de mens van groot belang voor onze voedselvoorziening.

De ontwikkelingen in vogelvlucht
In 1994 verschenen de eerste alarmerende berichten over Franse bijenhouders die zeer zorgwekkend gedrag bij hun bijen hadden gesignaleerd. Veel van hun dieren raakten gedesoriënteerd, vertoonden abnormaal gedrag en stierven. Vooral de periode 2006 tot en met 2012 was desastreus. Wereldwijd kampten imkers met abnormaal hoge volksterfte en verzwakte bijen. Onderzoek wees in de richting van een insecticide van Bayer met als werkzame stof imidacloprid (een gif behorend tot de categorie van neonicotinoïden).

Naast deze en andere giftige insecticiden lagen meer factoren ten grondslag aan de enorme bijensterfte, zoals schaalvergroting en intensivering in de landbouw (weinig voedselaanbod door o.a. monoculturen, veelvuldig maaien, afname van het aantal bloeiende planten en te grote afstanden tussen bloeiende planten om te kunnen bevliegen), afnemende biodiversiteit, ziekten en parasieten (waaronder de reeds genoemde Varroa-mijt) en de intensivering van bijenteelt. Ook werden als oorzaken genoemd de geringe genetische diversiteit van de honingbij en de klimaatverandering.

Positieve ontwikkelingen
In 2013 besloot de Europese Commissie om het gebruik van de drie giftigste neonicotinoïden tijdelijk te verbieden in de teelt van gewassen die aantrekkelijk zijn voor bijen. Medio 2016 zijn er in Nederland strengere voorwaarden gesteld aan het gebruik van imidacloprid. En imkers lijken de Varroa-mijt beter te kunnen bestrijden. In ieder geval is de afgelopen vijf jaar de bijensterfte onder gehouden bijen lager ten opzichte van de jaren daarvoor. Zo was de laatste winter (2016 – 2017) de bijensterfte zo’n 14%, bleek uit de jaarlijkse telling onder imkers. Dit was in 2010, het allerslechtste jaar voor de bij, bijna 30%.

Maar…
Dit laatste geldt helaas niet voor de wilde bijen. Het aantal wilde bijenpopulaties en andere wilde bestuivers zoals hommels blijft dalen. Volgens een recent Duits onderzoek is dit aantal tussen 1989 en 2014 met ruim 80% afgenomen. Van de 338 in Nederland aangetroffen soorten staan er 188 (56%) op de Rode Lijst.

De genomen maatregelen blijken derhalve onvoldoende. De concentraties van imidacloprid in oppervlaktewater overschreden in 2016 nog flink de normen. Neonicotinoïden spoelen gemakkelijk uit en blijven langdurig en hardnekkig in bodem en water aanwezig. Studies tonen aan dat zelfs zeer kleine sporen van neonicotinoïden in stuifmeel, nectar of water dodelijk kunnen zijn voor bijen als ze er langdurig mee in aanraking komen. Ook wijzen onderzoekers op combinatie-effecten, waarin langdurige blootstelling aan lage concentraties gewasbeschermingsmiddelen andere oorzaken, zoals de Varroa-mijt, versterken.

De huidige situatie in onze tuinen
Nederland gebruikt erg veel pesticiden in vergelijking met andere Europese landen. Voor bloemen en planten worden de meeste bestrijdingsmiddelen gebruikt. Aangezien wij als consumenten deze bloemen en planten kopen voor in onze tuinen, is het interessant hier nader naar te kijken.

In 2014 deed Greenpeace een onderzoek naar pesticidegebruik in tuincentra. De resultaten hiervan waren zo slecht, dat de organisatie besloot tot een speciale red-de-bij campagne. Zo bleken tuincentra massaal giftige planten en bloembollen te verkopen: het tuingroen zat boordevol bestrijdingsmiddelen die zeer schadelijk zijn voor bijen en andere bestuivers.
Het publiek was gealarmeerd en de sierteeltsector beloofde beterschap.

Afgelopen voorjaar heeft Greenpeace dit onderzoek herhaald.  Er werden 21 populaire planten van Intratuin, GroenRijk, Welkoop/Boerenbond en Life & Garden door een onafhankelijk laboratorium getest op 300 bestrijdingsmiddelen. In maar liefst 81 van de 84 planten trof men 571 restanten van bestrijdingsmiddelen aan waarvan een aantal in Nederland en de EU allang verboden zijn. Het aantal gevonden illegale stoffen bleek maar liefst driemaal zoveel als in 2013 (58 illegale stoffen in 2017 t.o.v. 14 in 2013). Voor de bijen was er iets beter nieuws: Het specifiek voor bijen zeer giftig pesticidegebruik was gedaald (17% lager in 2017 dan in 2013).

Greenpeace concludeert in haar rapport dat de sierteeltsector een grootverbruiker blijft van bestrijdingsmiddelen en dat er nog veel moet gebeuren om het gebruik van bestrijdingsmiddelen verder terug te dringen en de sector te verduurzamen. Als oplossingen noemt zij o.a. het versneld overgaan naar ecologische landbouw, het telen van planten en bloembollen zonder pesticiden, het wettelijk verbieden van de schadelijkste stoffen en het beter handhaven door de NVWA op reeds verboden stoffen. Consumenten wordt gevraagd om vooralsnog beter alleen biologische bloemen en planten te kopen of ze zelf te zaaien en stekken. Zo weet je zeker dat je bijvriendelijk aan de slag kunt in je tuin.

Het belang van bijen voor ons
Wereldwijd is zo’n 70% van de soorten voedselgewassen afhankelijk van bestuiving door insecten. Hoewel de gehouden honingbij beschouwd wordt als de belangrijkste bestuiver voor landbouwgewassen, dragen ook wilde bijensoorten hieraan bij. Zo zijn zij verantwoordelijk voor het bestuiven van de acht belangrijkste akkerbouwgewassen. Het is dus ook in ons eigen belang om alle bijen en overige bestuivers zo goed mogelijk te beschermen. Het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES) van de Verenigde Naties concludeerde vorig jaar dat 40% van alle ongewervelde bestuivers met uitsterven wordt bedreigd. Veel dieren zijn weer afhankelijk van deze insecten en kleine beestjes voor hun voedsel, zoals vogels, vleermuizen, kikkers en veel andere dieren. Als deze trend doorzet is dat rampzalig voor ons ecosysteem.

Wat jij kunt doen als consument
Als individu kun je echt een verschil maken. Bijvoorbeeld:

  • Door bij jouw tuincentrum te vragen naar biologische bloembollen of zaden, of deze zelf te bestellen, zie hieronder voor mogelijke verkoopadressen.
  • Door je tuin milieu- en diervriendelijk in te richten, met zoveel mogelijk (biologisch!) groen en zo min mogelijk tegels. Hoe minder je tuin betegeld is, hoe beter het regenwater de bodem in kan en hoe meer ruimte er is voor insecten en andere kleine dieren.
  • Je kunt je politieke stem gebruiken door te kiezen voor een partij die daadwerkelijk milieu, natuur en dierenwelzijn hoog op de agenda heeft staan en haar beloften hierover ook echt nakomt.

Verkooppunten bij-vriendelijke producten:
I Love Beeing, https://www.ilovebeeing.nl The BEEbag
Natural Bulbs,
http://www.naturalbulbs.nl/accessoires/175-beebag.html gegarandeerd bij-vriendelijke bloembollen en zaden

Bronnen:
Universiteit Utrecht, http://www.bijensterfte.nl/nl/node/528 en http://www.bijensterfte.nl/nl/node/535
Rijksoverheid, http://www.clo.nl/indicatoren/nl0572-oorzaken-bijensterfte
Partij voor de Dieren, https://www.partijvoordedieren.nl/news/nederlanders-op-de-bres-voor-de-bij
Greenpeace, http://www.greenpeace.nl/2017/Publicaties/Landbouw/Nieuwe-test-gif-op-plantjes-in-tuincentr/

 

Add Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *